Communicatie STEX 1 en 2

R
Communicatieproblemen zijn er altijd en overal.
In dit voorbeeld legt de klant uit wat hij wil: een schommel aan een boom.
Maar de projectleider begrijpt hem niet zo goed (ook al denkt hij van wel!)
Hij is niet de enige. Ook de analist luistert niet goed en maakt er zijn eigen verhaal van.
De programmeur luistert evenmin. Net als de Business consultant.
Het resultaat: het project ziet er uiteindelijk heel anders uit dan wat de klant wil!

Brand! Pas op! Brand!

Deze boodschap lijkt simpel. Er is brand, dus gauw weg wezen! (=zijn)
Toch is het minder simpel dan je denkt.
Boodschappen hebben namelijk meerdere lagen/aspecten.
Die moet je ontdekken!
Er zijn altijd 2 partijen: een spreker/schrijver en een luisteraar/lezer.
En er is natuurlijk nog een boodschap.

Overal kunnen er communicatieproblemen ontstaan (miscommunicatie):
1. de taal in de boodschap (= de woorden) is problematisch
2. De spreker/schrijver zorgt zelf (onbewust) voor onduidelijkheid
2. De luisteraar/lezer zorgt zelf (onbewust) voor onduidelijkheid

Vooral voor buitenlanders/andertaligen is dit heel lastig!

I Communicatie vanuit het perspectief van de spreker/schrijver


(1) de
 betekenis van de boodschap (meaning)

brand = vuur (fire)
gauw weg wezen = snel weggaan (get out of here right now!)

Communicatieprobleem:
Je spreekt nog niet zo goed Nederlands en je weet niet hoe je Fire moet vertalen.
Je zegt bijvoorbeeld lucifer.
Dan zorg jij zelf voor miscommunicatie, want de ander denkt daarbij niet aan een brand.

(2) de bedoeling van de spreker (intention)

Je roept: Brand! Pas op!  en daarmee bedoel je een groot vuur in de zitkamer.
Niet een klein vuurtje in de pan op het fornuis.

Communicatieprobleem:
Je bent niet duidelijk genoeg. Je zegt niet waar het vuur is en hoe groot het is.
Dan zorg je zelf voor onnodige paniek

(3) het doel van de boodschap (appeal)

Je roept: Brand! Pas op!  en daarmee wil je anderen waarschuwen.
Niet informeren, niet uitleggen, niet beschrijven. Alleen maar waarschuwen.

Communicatieprobleem:
Je praat over een brand die je vroeger hebt meegemaakt.
Je hoeft dus niemand meer te waarschuwen 🙂
Jouw doel is nu informeren of beschrijven.
Maar je formuleert alles alsof er nu brand is, alsof je nu anderen wilt waarschuwen.
Of je bedoelt een brand bij vrienden en niet bij jou,
maar je formuleert dit niet duidelijk.
Daardoor zorg je voor miscommunicatie.

(4) de relatie tussen spreker en luisteraar

Tegen volwassenen praat je anders dan tegen kinderen.
Tegen bekenden praat je anders dan tegen onbekenden.
Tegen aardige mensen praat je anders dan tegen onsympathieke mensen.
Als je boos bent, praat je anders dan als je niet boos bent.
In formele situaties zeg je U, in informele situaties zeg je JIJ.
Een chef praat (vaak) anders tegen het personeel dan het personeel tegen de chef.

Communicatieprobleem:
Stel, je moet op het spreekexamen een instructie geven aan een oudere persoon.
Dit is een formele situatie, waarin je meneer/mevrouw en u moet zeggen.
Toch zeggen veel anderstaligen je, bijvoorbeeld, tegen een klant in een restaurant:
Je kunt aan dat tafeltje gaan zitten.
Dit is heel onbeleefd en op het examen krijg je dan geen punten meer voor je antwoord.

Anderstaligen noemen hun docent vaak bij de voornaam, maar zeggen dan verder u:
Ellen, dank u wel. Ellen, alstublieft.

Dit is fout. In informele situaties gebruik je geen u.
(Een logisch misverstand: In hun eigen land noemen ze hun docent meneer/mevrouw)

(5) de expressie van de spreker

Achter je woorden zitten emoties.
Je roept: Brand! Pas op! en daarmee laat je angst en bezorgdheid zien.

Communicatieproblemen:
Je laat je emoties niet zien, waardoor de ander niet weet dat je bang bent.
Of je gaat nerveus lachen, waardoor de ander denkt dat je het leuk vindt.

 

II Communicatie vanuit het perspectief van de luisteraar/lezer

(1) de betekenis van de boodschap (meaning)

Begrijp ik alle Nederlandse woorden?
Is de betekenis duidelijk voor mij?
Dit is verbaal-analytisch luisteren.

Communicatieprobleem:
Je spreekt nog niet zo goed Nederlands en je weet niet wat Fire betekent.
Je durft niet te vragen naar de vertaling.
Dan denkt de ander dat je alles begrijpt en gaat gewoon verder met zijn verhaal.
Nu begrijp je helemaal niets meer van het verhaal.

(2) de bedoeling van de spreker (intention)

Begrijp ik wat de ander precies bedoelt?
Je laat weten dat je niet precies begrijpt wat de ander bedoelt.
Dit is onderzoekend luisteren.

Communicatieprobleem:
Je denkt dat je alles begrijpt en je vraagt niet verder.
Dan denk jij misschien wel aan iets heel anders dan de spreker…..
Zie het voorbeeld van de klant die een schommel wil.


(3) het doel
 van de boodschap (appeal)

Waarom zegt/doet hij dat?
Wat wil hij bereiken met zijn boodschap?
Dit is onderzoekend luisteren.

Communicatieprobleem:
Als je niet begrijpt waarom iemand iets tegen je zegt, kan het fout gaan in de communicatie.
Je doet dan niet wat de ander verwacht (vluchten, helpen met de brand blussen)

(4) de relatie tussen spreker en luisteraar

Vind je het acceptabel hoe de ander tegen je praat?
Als je dit niet acceptabel vindt, zeg je dat:
Docent tegen cursist: Zeg maar jij tegen mij, hoor!
Oudere persoon tegen jongere: Ik wil dat je U tegen mij zegt!
Iemand tegen een agressief persoon: Je toon vind ik niet prettig.
Dit is kritisch luisteren.

Communicatieprobleem:
Je houdt je mond dicht en je zegt niet hoe vervelend jij de toon vindt.
Je doet alsof dat normaal is.
De ander begrijpt dan niet dat er een probleem is.

(5) de expressie van de spreker

Je zoekt naar de emoties achter de boodschap.
Welke emoties hoor je in de stem?
Wat zie je aan zijn gezicht, zijn houding, zijn gebaren?
Dit is empathisch luisteren.

Communicatieproblemen:
Je ziet de emoties niet in de ogen van de ander.
Je hoort de emoties niet in de stem.
Je luistert alleen naar de verbale boodschap (de woorden) met je hoofd.
Je luistert niet met je hart.

LET OP:
De interpretatie van de de luisteraar/lezer kan heel anders zijn dan wat de spreker/schrijver bedoelt!
Daarom is het belangrijk dat je altijd doorvraagt!

In onze dagelijkse communicatie zijn alle aspecten dus belangrijk.
Maar voor het Staatsexamen is vooral belangrijk:
 (1) de betekenis
 (3) het doel van de taalhandeling
 (4) de relatie

Effectief communiceren blijft moeilijk. Het vraagt veel tijd om jezelf te trainen!  Als je passief (lui of naïef) communiceert, ontstaan er automatisch communicatieproblemen.

Meer info over taalhandelingen:
Ga naar Spreken Stex 1 en 2
Pdf Boom: taalhandelingen

Comments are closed.