Spreken STEX 1 en 2

Taalhandelingen (= speech acts)

Op het examen moet je snel kunnen antwoorden.
Dat vraagt om veel training.
Het helpt als je snel de taalhandeling herkent.
Moet je je mening geven en argumenten daarbij noemen? (overtuigen)
Moet je iemand uitleggen hoe iets werkt? (instructie geven)
Of moet je iemand vertellen dat iets gevaarlijk is? (waarschuwen).

Bij deze taalhandelingen horen vaste uitdrukkingen.
Wat zeg je als je iemand wilt overtuigen? Of instructies geeft? Of waarschuwt?

Leer de uitdrukkingen uit je hoofd.
Selecteer wat je goed kunt onthouden.
Je hoeft niet alles te onthouden!

 

Handige voorbeelden – Supersnel (modale werkwoorden)

 

QUIZLET
Tip 1: Klik op Quizlet: view this study set om de oefening goed te zien.
Tip 2: Klik op de tekst om die nogmaals te horen.
Tip 3: Klik rechtsonder om de kaart om te draaien.

1. Korte spreekopdrachten

Mix

Iemand iets beleefd verzoeken

Iemand een voorstel doen

Je voorkeur uitspreken

 

2. Lange spreekopdrachten

Instructies aan iemand geven

 

Iets beschrijven

 

Iemand waarschuwen

Comments are closed.